Kooiladder: veilige verticale toegang met valbeveiliging

Wanneer is een kooiladder verplicht?

Een kooiladder is een vaste ladder voorzien van een beschermingskooi of een laddervalbeveiligingssysteem. Een kooiladder is verplicht wanneer de klimhoogte drie meter of meer bedraagt. Onder de drie meter geldt een gevelladder zonder kooi als toegestane uitvoering. De norm die hiervoor geldt is NEN-EN-ISO 14122-4: deze schrijft voor hoe vaste ladders ontworpen en gemonteerd moeten worden om veilige toegang tot werkplekken op hoogte te bieden.

Waar bestaat een kooiladder uit?

Naast de ladder, de kooi en het uitstap bordes moet, zoals in de wet bepaald, bovenaan de kooiladder hekwerk worden geplaatst. Zo wordt een veilige toegang tot het dak geboden. Daarnaast kan de kooiladder voorzien worden van een zelfsluitend poortje, zodat iemand niet in het trapgat kan vallen.

Bij een kooiladder van 10 meter of langer moet er iedere 6 meter een rustplateau of passage bordes worden geïnstalleerd, dat is voorzien is van leuningwerk. Zodat even rust genomen kan worden bij het klimmen of afdalen.

Is de onderzijde van de kooiladder toegankelijk voor publiek, dan moet de toegang tot de ladder afgesloten kunnen worden. Hiervoor bestaan verschillende opties.

Onderdelen van een kooiladder

Een complete kooiladder bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Ladder met sporten: de vaste ladder zelf, uitgevoerd in aluminium of staal.
  • Beschermingskooi (kooisecties): ringvormige of ovale kooisecties die de klimmer omgeven en een val naar achteren voorkomen. De kooi begint tussen 2,2 en 3 meter vanaf de grond.
  • Uitstapbordes: een platform bovenaan de ladder dat een veilige overgang biedt naar het dak of bordes.
  • Hekwerk bij aankomstniveau: verplicht hekwerk van minimaal 1,1 meter hoog en 1,5 meter lang aan weerszijden van het uitstapbordes.
  • Rustplateau: bij kooiladders van 10 meter of langer, elke 6 meter een tussenbordes met leuningwerk.
  • Zelfsluitend poortje: optioneel afsluitmechanisme aan de onderzijde dat toegang door onbevoegden voorkomt en valgevaar in het trapgat wegneemt.
  • Toegangsafsluiting onderkant: verplicht wanneer de voet van de ladder toegankelijk is voor het publiek.

Laddervalbeveiligingssysteem (laddervalondebreker)

Naast de klassieke vaste kooiladder met kooisecties bestaat er een alternatieve uitvoering: het laddervalbeveiligingssysteem, ook wel laddervalondebreker of ladderveiligheidsrail genoemd.

Bij dit systeem wordt een verticale geleiderail langs de ladder gemonteerd. De klimmer draagt een glijder die automatisch meegaat omhoog en omlaag en bij een val vergrendelt. Dit systeem voldoet ook aan de eisen van NEN-EN-ISO 14122-4 voor vaste ladders.

Het laddervalbeveiligingssysteem biedt enkele praktische voordelen ten opzichte van een kooi:

  • De ladder heeft geen kooisecties die de bewegingsvrijheid beperken.
  • De rail is toepasbaar op bestaande ladders die worden omgebouwd.
  • Het systeem is beschikbaar voor zowel nieuwe als bestaande situaties.

Welk systeem passend is voor een specifieke situatie, wordt bepaald op basis van de situatie op locatie, gebouwtype en de eisen vanuit NEN-EN-ISO 14122-4.

NEN-EN-ISO 14122-4 stelt de volgende eisen aan vaste ladders met kooi: – De kooi begint op een hoogte tussen 2,2 en 3 meter gemeten vanaf de grond. – De kooi loopt door tot minimaal 1 meter boven het aankomstniveau. – Bovenaan de kooiladder wordt hekwerk geplaatst: minimaal 1,1 meter hoog en 1,5 meter lang. Dit hekwerk voorkomt dat personen bij het bovenkomen aan de zijkant naar beneden vallen. – Is de kooiladder 10 meter of langer, dan wordt iedere 6 meter een rustplateau of passagebordes geïnstalleerd voorzien van leuningwerk. – Is de onderzijde van de ladder toegankelijk voor het publiek, dan moet de toegang afsluitbaar zijn.

Kooiladders zijn leverbaar in uiteenlopende maten en uitvoeringen, afgestemd op de specifieke situatie van het gebouw. Toepassingen variëren van gevels van bedrijfspanden, flatgebouwen en utiliteitsgebouwen tot industriële installaties zoals silo’s en torens. AllRisk levert kooiladders op maat: na een opname op locatie wordt de juiste uitvoering bepaald op basis van klimhoogte, gebouwtype en gebruiksfrequentie. Na installatie verzorgt AllRisk ook de periodieke keuring van de kooiladder in lijn met NEN-EN 365.

De kooiladders van AllRisk zijn vervaardigd van aluminium, wat het systeem lichtgewicht maakt en corrosiebestendig. Ladder en kooi zijn in een brede uitvoering beschikbaar, wat het klimmen en afdalen met gereedschap of materialen vergemakkelijkt. De brede kooi biedt ook meer bewegingsruimte bij gebruik als vluchtroute, waar snelheid van belang is.

Als toegangsladder biedt een kooiladder structurele toegang tot bordessen, daken en technische installaties, bijvoorbeeld voor onderhoud aan HVAC-systemen of zonnepanelen. Als de kooiladder onderdeel is van de vluchtroute van een gebouw, gelden aanvullende eisen vanuit het Bouwbesluit. Een vluchtroute-kooiladder moet te allen tijde bereikbaar en begaanbaar zijn; afsluitmechanismen moeten vrij openen in de vluchtrichting. Bovenaan de kooiladder komen bezoekers aan op het dak. Voor de horizontale dakveiligheid daarna is een aanvullende collectieve of individuele valbeveiligingsoplossing nodig. Dakrandbeveiliging zoals hekwerken is hiervoor een veelgebruikte combinatie.

Keuring van de kooiladder

Een geïnstalleerde kooiladder dient periodiek te worden gekeurd. Keuring is verplicht op grond van de Arbowet en Arbobesluit artikel 3.16: werkgevers zijn verantwoordelijk voor het aantoonbaar veilig houden van werkplekken en toegangswegen op hoogte.

Tijdens een keuring van de kooiladder wordt onder meer beoordeeld:

  • De bevestiging van ladder, kooisecties en hekwerk aan de gevelconstructie.
  • De staat van sporten, kooisecties, bordes en leuningwerk op zichtbare beschadigingen en corrosie.
  • De werking van eventuele zelfsluitende poortjes en afsluitmechanismen.
  • De aanwezigheid en leesbaarheid van de vereiste documentatie.

Na keuring levert AllRisk een keuringsrapport met bevindingen en eventuele maatregelen. De keuringsfrequentie wordt afgestemd op het type systeem, de gebruiksfrequentie en de aanwijzingen van de fabrikant.

Voor de periodieke keuring van bestaande kooiladders is een opname op locatie de eerste stap.

Welke valbeveiliging past bij uw situatie?

Onze adviseurs kennen uw regio en nemen binnen 24 uur contact met u op.

null

Burt Disser

ACCOUNT MANAGER PERMANENTE VALBEVEILIGING, MIDDEN- EN ZUID-NEDERLAND
null

Daniel Post

ACCOUNT MANAGER PERMANENTE VALBEVEILIGING, NOORD-NEDERLAND
null

Frank Hulleman

ACCOUNT MANAGER MOBIELE VALBEVEILIGING, REGIO NOORD- EN ZUID-NEDERLAND

Een kooiladder is verplicht wanneer de klimhoogte van een vaste ladder drie meter of meer bedraagt. Dit volgt uit NEN-EN-ISO 14122-4, de Europese norm voor vaste toegangssystemen. Onder de drie meter mag een gevelladder zonder kooi worden toegepast, mits aan de overige eisen voor vaste ladders wordt voldaan. De verplichting geldt ongeacht het type gebouw: bedrijfspanden, utiliteitsgebouwen, flatgebouwen en industriële installaties vallen allemaal onder dezelfde norm.

De norm die van toepassing is op vaste ladders met een kooi in industriële en utiliteitsbouw is NEN-EN-ISO 14122-4. Deze norm specificeert de constructieve eisen voor vaste ladders, kooisecties, bordessen en hekwerken. Aanvullend gelden de Arbowet en Arbobesluit artikel 3.16, die de werkgever verplichten om aantoonbaar veilige toegangswegen op hoogte te organiseren. In specifieke sectoren, zoals de chemische industrie of explosieve omgevingen (ATEX-zones), kunnen aanvullende sectorale eisen van kracht zijn. Een opname op locatie bepaalt welke eisen gelden.

Een standaard kooiladder bestaat uit: de ladder zelf met sporten, kooisecties die de klimmer omgeven vanaf 2,2 tot 3 meter hoogte, een uitstapbordes bovenaan, verplicht hekwerk van minimaal 1,1 meter hoog en 1,5 meter lang aan het aankomstniveau, en een optioneel zelfsluitend poortje aan de onderzijde. Bij ladders van 10 meter of langer wordt iedere 6 meter een rustplateau met leuningwerk aangebracht. Wanneer de onderzijde van de ladder bereikbaar is voor het publiek, is een afsluitbaar toegangsmechanisme verplicht.

Een laddervalbeveiligingssysteem, ook laddervalondebreker of ladderveiligheidsrail genoemd, is een alternatief voor de klassieke kooisecties. Bij dit systeem wordt een verticale geleiderail langs de ladder gemonteerd; de klimmer draagt een glijder die automatisch vergrendelt bij een val. Dit systeem voldoet ook aan NEN-EN-ISO 14122-4. Het heeft een aantal praktische voordelen: de ladder heeft geen kooisecties die de bewegingsvrijheid beperken, en het systeem is toepasbaar op bestaande ladders die worden omgebouwd. Of een kooi of een ladderveiligheidssysteem passend is, hangt af van de specifieke situatie op locatie.

Een periodieke keuring van de kooiladder is vereist op grond van de Arbowet en Arbobesluit artikel 3.16. Werkgevers moeten aantoonbaar zorgdragen voor de veiligheid van toegangswegen op hoogte. Tijdens een keuring wordt de bevestiging van ladder, kooisecties en hekwerk beoordeeld, evenals de staat van sporten, bordessen en eventuele zelfsluitende poortjes. Na keuring levert AllRisk een keuringsrapport met bevindingen en eventuele maatregelen. De keuringsfrequentie wordt afgestemd op het type systeem en de gebruiksfrequentie.